Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
28 april 2021

Prejudiciële vragen door rechtbank Limburg aan de Hoge Raad over huur en de coronacrisis

Al eerder hebben mijn collega’s en ik artikelen geschreven over de vraag of een huurder in deze tijden van corona recht heeft op huurprijsvermindering (bijvoorbeeld doordat er sprake is van onvoorziene omstandigheden of omdat er sprake is van een gebrek).

Corona en de gevolgen daarvan voor bedrijfsruimte hurende ondernemers en hun verhuurders blijft de gemoederen bezig houden. Ik zal voor de volledigheid nogmaals een link invoegen van onze laatste twee huur gerelateerde artikelen: https://ruttenwelling.nl/ontruiming-van-huurders-tijdens-corona/ en  https://ruttenwelling.nl/huurkorting-en-corona/. Hebben huurders nu wel of geen recht op huurkorting bij sluiting door de coronamaatregelen? En zo ja, hoeveel moet die korting dan bedragen?

Uit het merendeel van de uitspraken van lagere rechters over huurprijsvermindering volgt dat de coronacrisis, de getroffen maatregelen door de overheid en de gevolgen daarvan voor de economie en maatschappij aan te merken is als, ofwel een onvoorziene omstandigheid, ofwel een gebrek. De kwalificering is dus niet geheel duidelijk. Op 31 maart 2021 gaat de rechtbank Limburg dan ook in op de vraag of er sprake is van gebrek of van onvoorziene omstandigheden en stelt daarover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Allereerst, wat is nu een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad? Een prejudiciële vraag is een rechtsvraag van een lagere rechter aan een hogere rechter over de uitleg van een bepaalde rechtsregel. Feitelijke vragen kunnen niet aan de Hoge Raad worden gesteld.

De rechtbank stelt aan de Hoge Raad de volgende prejudiciële vragen ex artikel 392 Rv.

1) Dient de als gevolg van de coronacrisis van overheidswege opgelegde sluiting van de horeca beschouwd te worden als een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW?

2) Zo ja, aan de hand van welke criteria moet dan de mate van huurprijsvermindering worden beoordeeld?

3.a) (Of) vormt de beperking in het gebruik van het gehuurde een onvoorziene omstandigheid die tot huurprijsvermindering kan leiden?

3.b) Zo ja, welke omstandigheden van het geval wegen mee bij het bepalen of verdelen van de schade?

Wij zijn nog in afwachting van het antwoord hierop van de Hoge Raad. Zodra hier meer over bekend is, informeren wij u uiteraard hierover!

Conclusie

Op dit moment kan er nog geen conclusie aan worden verbonden.

Op basis van de huidige rechtspraak heeft een huurder in beginsel recht op huurprijsvermindering als gevolg van onvoorziene omstandigheden of een gebrek. Echter het recht op huurprijsvermindering is zeker niet vanzelfsprekend. Huurders zullen moeten aantonen dat zij financieel zwaar getroffen zijn door de coronacrisis en/of de maatregelen.

Wilt u weten of u een verzoek tot huurprijsvermindering kunt doen? Of wenst u ander advies op het gebied van huurrecht? Wij kunnen u daarin adviseren. Neem contact op met mr. B.M.G. Paulissen via telefoonnummer 045 – 5741 488 of stuur een e-mail naar b.paulissen@ruttenwelling.nl.

mw. mr. Britt Paulissen