Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
3 februari 2026

Het verrekenen en/of uitbetalen van vakantiedagen tijdens het dienstverband

Een werknemer vraagt mij om uitbetaling van de vakantiedagen tijdens het dienstverband. Het is dus een uitdrukkelijk verzoek van de kant van mijn werknemer. Kan en mag ik dan naar aanleiding van dat verzoek de vakantiedagen uitbetalen tijdens het dienstverband?

De wet is hier eigenlijk heel erg duidelijk in. Alleen de bovenwettelijke vakantiedagen mogen uitbetaald worden tijdens het dienstverband en daarvoor gelden dan ook nog bepaalde voorwaarden. Voor de wettelijke vakantiedagen geldt dat dit nooit mogelijk is tijdens het dienstverband. Wettelijke vakantiedagen mogen alleen uitbetaald worden bij het einde van het dienstverband. Het Europese Hof van Justitie heeft dat zo bepaald.

Een werknemer heeft bij een volledige werkweek van veertig uren (een vijfdaagse week van acht uren per dag) op basis van de wet recht op twintig vakantiedagen per jaar (vier maal het aantal uren dat een werknemer werkt per week). Dit aantal van twintig dagen zijn de wettelijke dagen.

In de praktijk heeft een werknemer echter vaker recht op meer vakantiedagen dan twintig. In een personeels-/bedrijfsreglement of in een CAO worden dergelijke zaken nader bepaald. Een werkgever en een werknemer kunnen ook onderling daarover concrete afspraken maken in de individuele arbeidsovereenkomst. Deze extra dagen zijn dan de bovenwettelijke vakantiedagen.

Artikel 7:640 BW regelt dat een werkgever de vakantiedagen die het wettelijk minimum te boven gaan wel mag en kan afkopen/uitbetalen indien een werknemer daar prijs op stelt.

Voor de wettelijke vakantiedagen geldt daarentegen het navolgende: een werknemer die in een bepaald jaar zijn jaarlijkse minimumvakantie niet of niet volledig heeft opgenomen, mag in hetzelfde jaar of in het jaar daaropvolgend geen financiële vergoeding ontvangen van de werkgever. Daarvoor geldt de volgende redenering: de jaarlijkse minimumvakantie zoals deze is vastgelegd in de Europese Arbeidstijdenrichtlijn, is gericht op het verbeteren van de levensomstandigheden, is bedoeld ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden en voor de veiligheid op het werk en dient ter bescherming van de gezondheid van de werknemer. Vakantie heeft immers een recuperatiefunctie, vakantiedagen zijn bedoeld om uit te rusten van gedane arbeid. Daarom is het afkopen/uitbetalen van de (een deel van de overgebleven) minimumvakantie in strijd met bovenstaande Europese richtlijn.

Conclusie

Het tussentijds uitbetalen van de wettelijke vakantiedagen is dus niet mogelijk. Dat is zo geregeld in artikel 7:640 lid 1 BW. Het uitbetalen van de bovenwettelijke vakantiedagen is alleen mogelijk als dat schriftelijk is overeengekomen tussen werkgever en werknemer. Dat laatste volgt dan weer uit artikel 7:640 lid 2 BW.

Vakantiedagen, en dan maakt het niets uit of het gaat om de wettelijke- of de bovenwettelijke vakantiedagen, welke een werknemer bij het einde van het dienstverband nog over heeft, mogen wel worden uitbetaald.

Sterker nog, als een werknemer uitbetaling wenst op dat moment, dan mag een werkgever dit niet weigeren. In artikel 7:641 BW wordt dat weer geregeld.

Over de uitbetaalde vakantiedagen/vakantierechten bij het einde van het dienstverband, dus over de niet opgenomen of genoten vakantiedagen regelt artikel 7:641 lid 3 BW nog iets bijzonders.

De ex-werkgever betaalt deze vakantiedagen uit in geld, maar de werknemer kan deze uitbetaalde vakantiedagen als onbetaald verlof bij zijn nieuwe werkgever alsnog opnemen.

Heeft u problemen en/of vragen over arbeidsrechtelijke zaken, dan kunt u altijd contact opnemen met de sectie arbeidsrecht van ons kantoor. U krijgt dan praktisch en snel advies.

Gerelateerde artikelen