Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
8 december 2020

Wachten wordt beloond

Een supermarktfiliaal verplicht haar werknemers om na sluitingstijd om veiligheidsredenen de winkel uitsluitend gezamenlijk te verlaten. De winkel kan dan in één keer gesloten worden. Werkgever wil niet voor deze wachttijd betalen; er wordt immers geen arbeid verricht. Eén werknemer denkt daar anders over en start een rechtszaak.

Is (verplicht) wachten ook werk?
Onlangs heeft een kantonrechter over dit geschil geoordeeld[1].

Wat was er aan de hand?

In de personeelsrichtlijnen van werkgever staat dat uit veiligheidsoverwegingen na sluitingstijd van de winkel niemand het pand mag verlaten, totdat alle werkzaamheden in het kassakantoor gereed zijn en het kantoor is gesloten. Het is de werknemers evenmin toegestaan om het pand alleen te verlaten. Zij moeten altijd in ploegen naar buiten gaan. Het supermarktfiliaal eist derhalve dat de werknemers na sluitingstijd tegelijk het pand verlaten. Dat betekent in de praktijk echter dat de medewerkers moeten wachten tot ook de laatste collega klaar is. Medewerkers kunnen hierdoor 15 minuten wachten alvorens ze ‘hun vrijheid terugkrijgen’. Dat wachten was voor eigen rekening. De supermarktketen betaalde over deze tijdsperiode dus geen salaris. Zij vond het ‘wachten’ namelijk iets anders dan ‘het verrichten van arbeid’. Een werknemer was het daar niet mee eens en vorderde betaling van de wachttijd. Hij moest immers structureel circa 15 minuten na zijn dienst onbetaald op zijn collega’s blijven wachten, alvorens hij huiswaarts kon keren.

Vraag is of deze wachttijd doorbetaald dient te worden aan de medewerkers die al klaar zijn met hun werk, maar op de rest moeten wachten. Hebben zij recht op een nabetaling van loon of mag van hen verwacht worden dat zij ‘gratis’ wachten, dit vanwege veiligheidsredenen.

Wat oordeelt de kantonrechter?

De rechter geeft de werknemer gelijk. Het argument van werkgever werd van de tafel geveegd. Er is wel sprake van ‘wachttijd’, maar dat is wel in opdracht van de supermarkt.

De werknemer dient zich gedurende deze tijd gewoon beschikbaar te houden van werkgever. De kantonrechter oordeelt dat de wachttijd daardoor valt onder het begrip arbeid[2]. De werkgever moet derhalve betalen voor de wachttijd van haar personeel.

Conclusie

Werknemers, die na sluitingstijd enkel gezamenlijk het pand mogen verlaten, moeten dus betaald worden voor de tijd dat ze wachten, namelijk totdat ze weg kunnen gaan. De tijd na sluitingstijd wordt dus aangemerkt als arbeid, ook al doen ze feitelijk niets anders dan wachten. Ook met beschikbaar houden voor de werkgever wordt invulling gegeven aan het begrip arbeid.

mr. Ron Crombaghs

[1] Rechtbank Noord-Holland 4 november 2020 ECLI:NL:RBNHO:2020:8777

[2] in de zin van art. 7:610 BW