Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
20 april 2020

Partneralimentatie en aftrekbeperking

Vanzelfsprekend houdt de corona crisis ons allemaal dagelijks bezig. Daardoor zou je bijna vergeten, dat er vanaf dit jaar belastingmaatregelen zijn ingegaan, die echt de aandacht verdienen. Zowel als je ontvanger bent van partneralimentatie als wanneer je alimentatiebetaler bent.

In komende jaren gaat namelijk de aftrek op de inkomstenbelasting van degene die partneralimentatie betaalt omlaag. Dat zal in eerste instantie de betaler van alimentatie raken. Maar in de regel zal dit uiteindelijk ook negatieve gevolgen hebben voor de ontvanger.

 

Hoe zat het ook alweer?

Partneralimentatie wordt betaald als een brutobedrag. Net als bij loon, dient degene die deze alimentatie ontvangt daarover belasting af te dragen. Dat verandert niet in de toekomst.

Maar daar stond altijd tegenover dat degene die alimentatie betaalt het betaalde bedrag volledig kon aftrekken van zijn belastbare inkomsten.

Met het belastingvoordeel dat zo ontstaat, wordt in de regel rekening gehouden bij de vaststelling van de hoogte van de te betalen alimentatie. Om te bepalen hoeveel alimentatie iemand kan betalen, is dus rekening gehouden met het bedrag dat de alimentatiebetaler nog terugkrijgt van de belastingdienst.

 

Wat gaat er veranderen?

Al vanaf dit jaar wordt het bedrag dat via deze aftrek terugkomt bij de alimentatiebetaler lager. Het belastingvoordeel wordt dus lager. Op dit moment is de aftrek maximaal 51,95%. Dat gaat de komende jaren in stapjes naar 37,05%. Dat ziet er als volgt uit:

2020 (46%)
2021 (43%)
2022 (40%)
2023 (37,05%)

 

Wat betekent dat dan?

Laten we een voorbeeld nemen. Stel dat iemand € 1.000 bruto per maand aan partneralimentatie dient te betalen. Daarvan krijgt hij via de inkomstenbelastingaftrek (afgerond) op dit moment 52% terug. Uiteindelijk kost dat dan netto: € 480. Dat is dus wat deze alimentatie per saldo kost voor de betaler. Gaat deze aftrek naar 37% dan kost een alimentatie van € 1.000 bruto per maand voor de betaler ineens: € 630 netto. Een verschil van € 150 netto per maand. Dat kan dus flink aantikken!

 

Wat nu?

Degene die alimentatie ontvangt, heeft van deze wijziging in beginsel geen last. Deze zal dus geen reden hebben om in actie te komen.

Maar degene die alimentatie betaalt, zal wel in actie moeten komen. Want als de alimentatie niet wordt aangepast zal deze dus zwaarder op de betaler gaan drukken door deze maatregel. Bedenk daarbij dat hiermee bij de vaststelling van de alimentatie in het verleden geen rekening zal zijn gehouden. In de regel komt daarmee de alimentatielast te liggen boven de draagkracht van de alimentatiebetaler.

 

Heeft een verzoek om aanpassing altijd zin?

Daar is niet in zijn algemeenheid een antwoord op te geven. Dat komt omdat destijds bij de vaststelling van de partneralimentatie ook met andere omstandigheden rekening is gehouden. Zo zou het kunnen zijn, dat bij herberekening van de alimentatie deze niet omlaag maar juist omhoog gaat. Dat kan bijvoorbeeld wanneer het inkomen van de alimentatiebetaler inmiddels is gestegen of omdat de woonlasten inmiddels worden gedeeld met een ander omdat de betaler is gaan samenwonen. Maar gelet op de vrij grote gevolgen van de fiscale maatregel, is het wel zinvol om hier naar te laten kijken en om een nieuwe beoordeling te vragen.

Als het komt tot een nieuwe beoordeling, worden de gevolgen van de belastingmaatregel voor de alimentatiebetaler opgelost. Dat gaat dan echter wel ten koste van de alimentatie die gerechtigde ontvangt. Deze zal in de regel omlaag gaan. Hoewel de alimentatieplichtige als eerste last krijgt van de belastingmaatregel, zal uiteindelijk het gevolg van deze maatregel dus terechtkomen bij de alimentatie ontvanger.

Mocht u hierover vragen hebben, of als u uw alimentatie wil laten herberekenen om andere redenen, dan zijn wij u natuurlijk graag van dienst.

 

Voor de duidelijkheid merk ik nog op, dat deze maatregel alleen gevolgen heeft voor partneralimentatie. Zij heeft geen gevolgen voor kinderalimentatie omdat deze niet aftrekbaar is.
mr. E.Ph. Roelofs