Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
2 november 2026

Na de scheiding ook een omgangsregeling voor de hond?

Bij een echtscheiding moeten niet alleen afspraken worden gemaakt over de woning, financiën en eventuele kinderen. Ook huisdieren kunnen onderwerp van discussie worden. Kan een ex-partner bijvoorbeeld aanspraak maken op een omgangsregeling met een hond die eigendom is van de andere ex-partner?

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant boog zich onlangs over deze vraag. Het antwoord was in deze zaak duidelijk: zonder een voldoende concrete afspraak of andere juridische grondslag kan een omgangsregeling met een hond niet worden afgedwongen.

Twee honden na de echtscheiding

De voormalige echtgenoten hadden tijdens en na hun huwelijk samen voor twee Rhodesian Ridgebacks gezorgd. Eén hond was eigendom van de vrouw. In hun echtscheidingsconvenant hadden zij afgesproken dat de andere hond, die door de man was gekocht, aan de vrouw in eigendom zou worden overgedragen. Verder stond in het convenant dat partijen de omgang tussen de man en beide honden onderling zouden afstemmen.

Uiteindelijk verbleef één hond permanent bij de man en de andere hond bij de vrouw. Sinds 25 maart 2025 had de man de hond van de vrouw niet meer gezien. Hij wilde daarom via de rechter een omgangsregeling afdwingen.

Wat stond er precies in het convenant?

Dat bleek beslissend.

Volgens de rechtbank hadden de ex-echtgenoten in het convenant alleen afgesproken dat zij de omgang onderling zouden afstemmen. Zij hadden nooit concrete afspraken gemaakt over wanneer en hoe lang de hond bij de man zou verblijven.

Volgens de voorzieningenrechter bevatte het convenant daarmee niet meer dan de intentie om daarover verder met elkaar te overleggen. Van een juridisch afdwingbare omgangsregeling was daarom geen sprake. De man kon op basis van het convenant dus geen omgang met de hond afdwingen.

Kan de rechter dan zelf een omgangsregeling bepalen?

De man vroeg de rechtbank ook om zelf een voorlopige omgangsregeling vast te stellen. Ook dat verzoek slaagde niet.

De rechtbank verwijst daarbij naar artikel 3:2a BW. Dieren zijn juridisch geen zaken, maar de wettelijke bepalingen over zaken zijn in beginsel wel op dieren van toepassing. Vaststond dat de vrouw eigenaar van de hond was. Op grond van artikel 5:1 BW heeft zij als eigenaar het meest omvattende recht op de hond.

Volgens de rechtbank bestaat geen wettelijke grondslag om de eigenaar van een dier te verplichten tot een omgangsregeling tussen het dier en een derde. De rechtbank wees daarom ook dit onderdeel van de vordering af.

Leg afspraken over huisdieren concreet vast

Deze uitspraak laat vooral zien hoe belangrijk het is om bij een echtscheiding duidelijke afspraken over huisdieren te maken.

Een afspraak dat ex-partners de omgang met een hond later “onderling zullen afstemmen” biedt weinig houvast wanneer de onderlinge verhouding vervolgens verslechtert. Wie afspraken over verblijf of contact met een huisdier in een echtscheidingsconvenant wil opnemen, doet er daarom goed aan deze zo concreet mogelijk te formuleren.

Denk bijvoorbeeld aan afspraken over:

  1. bij wie het huisdier verblijft;
  2. wie eigenaar van het huisdier is;
  3. of en wanneer het dier bij de andere ex-partner verblijft;
  4. hoe de overdracht plaatsvindt;
  5. hoe kosten, zoals dierenarts, voeding en verzekering, worden verdeeld.

De uitspraak maakt tegelijkertijd duidelijk dat afspraken over een huisdier juridisch niet op één lijn kunnen worden gesteld met een zorg of omgangsregeling voor kinderen. In deze zaak stond het eigendomsrecht centraal. Zonder afdwingbare afspraak bood de wet de voormalige partner geen zelfstandig recht op omgang met de hond.

Meer artikelen:

In plaats van een huurcontract een vaststellingsovereenkomst. Een goed idee?

mr. Justus Godart

27 oktober 2026

Ouders worden het niet eens over de achternaam van hun kind. Of een ouder overlijdt: wie bepaalt de achternaam?

mw. mr. Lotte Crombaghs

19 oktober 2026