Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
24 maart 2025

Letselschade en echtscheiding

Op 4 maart 2025 deed het hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak. Daarbij bleek maar weer eens dat een ongeluk zelden alleen komt. Wat was er gebeurd?

In 2014 was de vrouw betrokken bij een verkeersongeval. Erg vervelend natuurlijk. En blijkbaar waren de gevolgen voor haar behoorlijk ernstig. Dat blijkt uit de schadevergoeding die zij heeft ontvangen van bijna € 350.000 in totaal.

De vrouw was in gemeenschap van goederen gehuwd. Maar ook in het huwelijk zat het niet mee en partijen gingen scheiden. In 2022 werd het verzoek tot echtscheiding ingediend.

In de afwikkeling van de echtscheiding is tussen partijen discussie ontstaan over de verdeling van schadevergoeding.

Partijen waren het erover eens dat niet de gehele schadevergoeding in de gemeenschap van goederen was gevallen. Een deel daarvan is steeds eigendom van de vrouw gebleven. Juridisch noemen we dat: verknocht. In dat deel van de vergoeding deelt de man dus niet mee. De discussie ging over het deel dat overbleef, een bedrag van € 185.130. Daar waren partijen het dus niet over eens. De vrouw vond dat zij dat bedrag ook diende te krijgen. De man vond van niet.

In zijn algemeenheid is het niet zo dat elke schadevergoeding verknocht is. Sommige delen van een schadevergoeding kunnen verknocht zijn, andere niet. Daar ging deze discussie in deze zaak niet over en daar zal ik hier dan ook niet verder op in gaan. Deze uitspraak gaat in op een andere belangrijk aspect.

Stel immers dat we het erover eens zijn dat deze gehele € 185.130 verknocht is. Krijgt de vrouw dat bedrag dan aan het einde van het huwelijk mee? Die vraag is ingewikkelder dan je op het eerste gezicht zou denken.

Als dat bedrag ergens nog op een aparte rekening staat, is het antwoord zondermeer “ja”. Dan is er geen enkele discussie.

Maar in de meeste gevallen is dat natuurlijk niet het geval. Zolang er sprake is van een goed huwelijk parkeren de meeste mensen dit soort bedragen niet op een aparte rekening. Voor de meesten van ons, is dit een groot bedrag waarmee je veel mooie of nuttige dingen kan doen. En dat was ook hier gebeurd. Het meeste geld was al uitgegeven. Alleen een bedrag van € 20.000 resteerde. Dat bedrag is volgens het hof dan ook voor de vrouw.

En de rest dan? Wat dan mist zij nog € 165.130. Helaas voor de vrouw, maar volgens het hof kan zij dat niet meer terugkrijgen. Dat zou alleen gekund hebben als het geld nog “identificeerbaar aanwezig is”. Dat is hier niet het geval volgens het hof. Het hof wijst erop dat als verknochte aanspraken worden gebruikt voor gezamenlijke uitgaven, het speciale recht van de vrouw op die aanspraak vervalt. Zij heeft bijvoorbeeld geen vordering op de man, omdat deze van de uitgaven heeft meegeprofiteerd. Haar vordering wordt daarom afgewezen.

Dit gevolg kan alleen worden voorkomen door tijdens het huwelijk hier al rekening mee te houden. Door het geld bijvoorbeeld op een aparte rekening te zetten. Maar ook een investering van dit geld in een woning kan helpen. Waarbij het dan wel belangrijk is om hiervan een goede administratie bij te houden. In de praktijk slaan gehuwden die stap vaak over. En dat is begrijpelijk. Dat leidt immers vaak tot lastige discussies.

Toch blijft het iets om bij stil te staan. In dit geval had het beide partijen een dure vervelende procedure gescheeld als ze gelijk na ontvangst van schadevergoeding advies hadden ingewonnen. Dat bespaart dus een hoop ergernis achteraf.

Mocht u een dergelijke vraag hebben, dan helpen wij u natuurlijk graag.

Gerelateerde artikelen