Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
5 november 2020

De gemeentelijke zorgplicht voor bomen

Stel een zware tak van een ’gemeenteboom’ valt op uw geparkeerde auto met aanzienlijke schade tot gevolg. Is de gemeente dan zondermeer aansprakelijk voor uw schade? Het is immers haar boom, hoor ik u al zeggen. Onlangs deed het Hof uitspraak over deze vraag.

Wat was er aan de hand?

Medio 2017 brak een zware tak af van een boom, die viel op de onder die boom geparkeerde auto.  Op dat moment was sprake van een stormachtige wind (19m/s). De auto werd ‘total loss’ verklaard. De eigenaar stelde de gemeente – eigenaar van de boom – aansprakelijk. De gemeente was echter niet bereid de geleden schade te vergoeden. Zij vond namelijk dat zij haar zorgplicht was nagekomen. De boom was (ruim) twee jaar eerder – nadat er snoeiwerkzaamheden aan de gemeentebomen in die straat hadden plaatsgevonden – geïnspecteerd door een boomdeskundige. Uit deze controle bleek dat de conditie van de boom goed was en er waren geen signalen dat deze boom vaker gecontroleerd zou moeten worden. Het beleid van de gemeente was om de bomen eens in de 4 jaar te (laten) controleren.
De rechter moest er dus aan te pas komen.


Foto gemaakt door Timo Houben te volgen via:  @timodelcars (Instagram)

Hoe oordeelde de kantonrechter?

De kantonrechter wees de vordering af.  Op de gemeente rust een zorgplicht om het risico te beperken dat de boom omvalt of schade veroorzaakt. Om vast te stellen of de gemeente (on)zorgvuldig heeft gehandeld, toetste de kantonrechter aan het Kelderluik-arrest[1], te weten:

  1. Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid (van anderen) worden geacht?
  2. Hoe groot is de kans dat door deze niet-inachtneming ongevallen ontstaan?
  3. Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
  4. Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?

Verder concludeerde deze rechter dat de enkele mogelijkheid van schade als gevolg van het achterwege laten van (onderhouds-)maatregelen door de eigenaar van de boom niet direct een onrechtmatige daad oplevert. Op de gemeente rust als eigenaar van een boom langs de openbare weg een zorgplicht om het risico te beperken dat een boom of zware tak van een boom, door een gebrek plotseling op een auto valt. De gemeente moet, ter beperking van dat risico, alle noodzakelijke maatregelen treffen die van haar als zorgvuldig handelend eigenaar van een boom op deze plaats redelijkerwijze mag worden verlangd. En de gemeente had naar het oordeel van de rechter afdoende maatregelen getroffen en haar zorgplicht dus niet geschonden.

Daar was de eigenaar van de auto het niet mee eens en een hoger beroep was het gevolg.

Hoe oordeelde het Hof?

Ook het hof oordeelde dat de gemeente niet aansprakelijk was en de eigenaar de schade zelf moest dragen. Het feit dat tijdens harde wind een tak van een boom (die vol in blad zat) was afgebroken en op de auto was gevallen, levert op zich nog geen onrechtmatig nalaten[2] van de gemeente op. Ook dat de boom kort na het ongeval was gerooid (met een aantal andere bomen in de directe omgeving) is geen grond of bewijs daarvoor. De gemeente is slechts dan aansprakelijk als zij haar zorgplicht heeft geschonden. Dat was ook volgens het Hof niet het geval. De gemeente had de boom voldoende gecontroleerd en er waren geen aanwijzingen dat de boom, ter voorkoming van gevaar, vaker gecontroleerd moest worden.

Conclusie:

Op de eigenaar van een boom rust een zorg- en onderhoudsverplichting. Verlangd mag worden dat alle noodzakelijke maatregelen worden getroffen om het risico op schade te beperken. De eigenaar van een boom is zeker niet zondermeer aansprakelijk voor schade,  veroorzaakt door een vallende tak. Ook gezonde takken kunnen afbreken of afscheuren. De eigenaar van de boom kan in die gevallen geen verwijt worden gemaakt. Dat is anders als de boomeigenaar een verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld dat onvoldoende controles zijn verricht of er ten onrechte geen maatregelen zijn getroffen. Het is van belang dat een gemeente bomen aan de openbare weg regelmatig (in ieder geval eens in de vier jaar) controleert. Is er sprake van een verhoogde gevaarzetting (bijvoorbeeld langs drukke wegen of bij scholen of bomen die in verminderde conditie zijn) dan dienen deze frequenter (jaarlijks) te worden geïnspecteerd.

 

mr. Ron Crombaghs

[1] Hoge Raad 5 november 1965, NJ 1966, 136, m.nt. G.J. Scholten

[2] In de zin van artikel 6:162 BW