Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
26 augustus 2024

Bandendiefstal in een Limburgs faillissement?

Recent verscheen er een bijzonder artikel in de Limburger over bandendiefstal in een Limburgs faillissement.

Wat was er aan de hand?

In 2019 ging een transportbedrijf failliet. Kort na het faillissement is er op het terrein ingebroken. Van een aantal trekkers en opleggers zijn banden en velgen gestolen. Het vermoeden bestond dat de bandenleverancier van het transportbedrijf de goederen had gestolen. De bandenleverancier had namelijk nog een openstaande vordering op het failliete bedrijf. Daarnaast had de bandenleverancier op de dag van het faillissement telefonisch verzocht om de ‘goede’ banden op te halen.

De curator van het failliete bedrijf is vervolgens een procedure gestart tegen de bandenleverancier en vorderde schadevergoeding. De rechtbank wees deze vordering toe. Vervolgens is de bandeleverancier in hoger beroep gegaan. Ook het Hof was het met de curator eens.

Uit het nieuwsartikel blijkt dat de bandenleverancier na afloop van de procedure het volgende heeft verklaard: “Als op maandag iemand 50 banden bestelt en hij gaat op dinsdag failliet en kan ze niet betalen en brengt ze niet terug, wie is dan de dief? We zijn genaaid. We haalden gewoon de banden terug die niet betaald zijn, dat is geen diefstal. Nu worden wij neergezet als een stel boeven.”

De emotie van de bandenleverancier zal voor velen begrijpelijk zijn. Vanuit een juridische bril roept deze verklaring een aantal interessante vragen op.

Hoe zit het juridisch?

De eerste relevante vraag is wie op de datum van het faillissement eigenaar was van de banden en velgen. De bandenleverancier lijkt te veronderstellen dat hij nog eigenaar van de goederen was omdat zij nog niet waren betaald.

Wanneer gaat eigendom over? Daarvoor gelden drie vereisten: (i) een geldige titel (bijvoorbeeld een koopovereenkomst), (ii) beschikkingsbevoegdheid en (iii) levering. De levering is vaak een discussiepunt. De hoofdregel is dat levering van roerende zaken plaatsvindt door het verschaffen van de feitelijke macht. In de casus zou er dus een levering kunnen plaatsvinden op het moment dat de banden door het transportbedrijf in ontvangst worden genomen.

Kun je dit ook voorkomen? Het korte antwoord is ja. Dat kan bijvoorbeeld door het opnemen van een eigendomsvoorbehoud in de algemene leveringsvoorwaarden. Hierin kun je afspreken dat de eigendom van de goederen pas overgaat op het moment dat de goederen zijn betaald. Het is zelfs mogelijk om af te spreken dat de eigendom pas overgaat indien alle vorderingen van de leverancier op de klant zijn betaald.

Het is belangrijk om een dergelijk eigendomsvoorbehoud goed te formuleren. Daarnaast moeten de algemene voorwaarden natuurlijk op de juiste wijze van toepassing worden verklaard en ter hand worden gesteld.

Er zijn nog andere mogelijkheden om de eigendomsoverdracht uit te stellen. Dat voert echter te ver voor dit artikel.

Werkt een eigendomsvoorbehoud in alle gevallen? Helaas niet. Ten aanzien van geleverde goederen kan namelijk sprake zijn van natrekking, vermenging of zaakvorming. Daarmee gaat het eigendomsrecht teniet. Een eigendomsvoorbehoud is in dat geval zinloos geworden. Bovendien moet de leverancier precies kunnen aantonen welke goederen van hem zijn. Ook dat levert in de praktijk vaker problemen op.

Een andere optie zou het recht van reclame kunnen zijn. Dit recht staat opgenomen in artikel 7:39 BW en kan zowel voor als tijdens faillissement worden ingeroepen. Om een succesvol beroep op het recht van reclame te kunnen doen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

  • Verkoop en levering van roerende zaken.
  • De koopprijs is niet (volledig) betaald.
  • De roerende zaken zijn niet aangetast of gewijzigd.
  • Er zijn minder dan 6 weken verstreken na de opeisbaarheid van de koopprijs.
  • Er zijn minder dan 60 dagen verstreken sinds de levering.

Terug naar de casus

Het is in deze casus onduidelijk of er sprake was van een eigendomsvoorbehoud en of dit soelaas had geboden. Die kans schat ik echter laag in. Vermoedelijk had de bandenleverancier dan anders gehandeld. In dat geval had de bandenleverancier de goederen immers in overleg met de curator kunnen ophalen.

Het recht van reclame zou mogelijk wel een oplossing voor de bandenleverancier kunnen opleveren. In deze casus lijkt op het eerste gezicht aan alle voorwaarden te zijn voldaan. Toch heeft de bandenleverancier hier geen beroep op gedaan. Waarom is niet duidelijk. Wel had de bandenleverancier de curator dan nog een redelijke termijn moeten stellen om de koopprijs te betalen of daarvoor zekerheid te stellen.

Indien het recht van reclame niet zou slagen, is er mogelijk nog een andere oplossing. Uit het artikel volgt namelijk dat de banden slechts één dag voor het faillissement zijn besteld. Op dat moment kan het bijna niet anders zijn dan dat het transportbedrijf wist dat de vordering niet meer betaald kon worden. Indien een besloten vennootschap een verplichting aangaat waarvan zij bij voorbaat wist dat deze niet kan worden nagekomen, leidt dat tot persoonlijke aansprakelijkheid van het bestuur. Daar zit dus zeker nog een kans voor de bandenleverancier.

Conclusie

Een faillissement levert doorgaans voor alle betrokkenen een vervelende situatie op. Vorderingen worden vaak niet meer betaald en goederen niet meer geleverd. Dat kan flink in de papieren lopen. Het is dus verstandig om voorafgaand aan de levering van diensten of goederen na te denken over de gevolgen van een eventueel faillissement. Indien er sprake is van een faillissement gelden er namelijk een hoop bijzondere regels die afwijken van de reguliere regels in het burgerlijk wetboek.

Indien u betrokken bent in een faillissement – bijvoorbeeld als leverancier – is het in ieder geval verstandig om een gespecialiseerde advocaat te raadplegen en niet zelf tot actie over te gaan. Deze casus is daarvan een schoolvoorbeeld.

Heeft u vragen over dergelijke onderwerpen? Neem dan contact op met de faillissementsrechtadvocaten van Rutten x Welling Advocaten.

Gerelateerde artikelen