Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
12 november 2020

Afwijzing aanvraag faillissement vanwege coronaverweer

In huurgeschillen hebben reeds enkele partijen met succes een ‘coronaverweer’ gevoerd. De rechtbank Amsterdam heeft onlangs een faillissementsaanvraag afgewezen na een ‘coronaverweer’. Bij mijn weten is dat nog niet eerder voorgekomen. Welke voorlopige conclusies kunnen wij hieruit trekken?

Het coronaverweer

De golf aan faillissementen, waar de coronacrisis Nederland in zou storten, blijft vooralsnog  uit. Met een totaal van 236 uitgesproken faillissementen werd de afgelopen maand zelfs een laagterecord geboekt. Rechters lijken terughoudend te zijn bij het uitspreken van Corona-gerelateerde faillissementen. Zaken worden aangehouden of  partijen wordt respijt gegeven om te onderzoeken of een regeling getroffen kan worden. Onlangs kregen twee schuldeisers nog nul op het rekest bij de rechtbank Amsterdam[1] ter zake een faillissementsaanvraag met een coronaverweer,  terwijl gesteld zou kunnen worden dat aan alle formele vereisten voor het uitspreken van het faillissement werd voldaan.

Wat was er aan de hand?

Omdat een opdrachtgever weigerde de overeengekomen werkzaamheden te betalen, raakte een glazenwassersbedrijf in betalingsproblemen. Vervolgens vielen de werkzaamheden door de coronacrisis grotendeels stil en waren er minder inkomsten. Er werd wel gebruik gemaakt van de door de overheid aangeboden steunmaatregelen voor zelfstandigen. Door deze feiten kon de ondernemer zijn verplichtingen richting het bedrijfstakpensioenfonds niet onmiddellijk en volledig nakomen. Na enige tijd trok het werk weer aan en was de ondernemer in staat een reële betalingsregeling na te komen en er werd daadwerkelijk een aanvang gemaakt met het inlopen van de achterstand bij het pensioenfonds. Tweemaal werd een betaling van € 1.000,- gedaan. Het pensioenfonds vroeg desondanks het faillissement aan[2] omdat zij nog € 5.900,- van de ondernemer te vorderen had en zij niet langer openstond voor een betalingsregeling.

Wat oordeelt de rechtbank? 

De Amsterdamse rechtbank heeft het verzoek afgewezen[3].

De rechtbank oordeelt dat het aannemelijk is dat de betalingsachterstand veroorzaakt is door de coronamaatregelen. Dat de ondernemer nog niet volledig had betaald, lag dus buiten zijn schuld. Van het pensioenfonds mag onder die omstandigheden verwacht worden dat zij een betalingsregeling met de ondernemer treft, die past bij de huidige economische situatie. De door ondernemer voorgestelde betalingsregeling werd door de rechtbank als reëel beoordeeld, waarbij van belang was dat al € 2.000,- was afbetaald. Het is dan redelijk te veronderstellen dat de ondernemer ook zal doorgaan dit bedrag te betalen. Van een situatie waarin de ondernemer was gestopt met betalen was dus geen sprake. Verder merkt de rechter nog op dat de steunvordering te gering is om te voldoen aan de vereisten die redelijkerwijs aan een steunvordering moeten worden gesteld.

Welke conclusie kunnen we hieruit trekken?

Uiteraard is dit maar één uitspraak van één rechtbank. Deze Amsterdamse rechtbank kijkt kritisch naar de houding van de aanvrager van het faillissement vanwege de coronacrisis. Als u als ondernemer door Corona-gerelateerde omstandigheden in financiële problemen bent geraakt, maar de toekomst er hoopgevend uitziet, dan kunt u een reële betalingsregeling aan uw schuldeiser voorstellen. Als uw schuldeiser desondanks een faillissementsverzoek indient, dan kunt u bij de rechtbank betogen dat het een reëel betalingsvoorstel is en u de schulden op korte termijn kunt aflossen. Starten met het nakomen van de regeling is dan in uw voordeel.

 

mr. Ron Crombaghs

[1] Rechtbank Amsterdam, 15-09-2020; ECLI:NL:RBAMS:2020:4572

[2] Er was een steunvordering met een beperkte vordering van enkele honderden euro’s.

[3] Ik merk nog op dat de betalingsuitstelwet op termijn te verwachten is op grond waarvan de behandeling van faillissementsverzoeken kunnen worden aangehouden en andere verhaalsacties geschorst kunnen worden.