Rood beeldmerk van Rutten & Welling Advocaten
20 juli 2026

AVG-verzoek of verdienmodel? De rechter trapt op de rem

De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs geoordeeld dat een AVG-verzoek onder omstandigheden kan kwalificeren als misbruik van recht. Dat is opmerkelijk. De discussie draaide namelijk niet zozeer om de vraag hoe ver het inzagerecht reikt, maar om de vraag waarvoor het werd gebruikt.

AVG-inzagerecht – fishing expedition

Het inzagerecht is een belangrijk onderdeel van de AVG. Iedereen mag weten welke persoonsgegevens een organisatie verwerkt. In de praktijk wordt een inzageverzoek echter niet altijd puur gebruikt om die persoonsgegevens in te zien.

Ondernemers herkennen het misschien uit de praktijk. Een werknemer die vlak voor een ontslagprocedure om alle interne correspondentie over zijn functioneren vraagt. Of een contractspartij dient ineens een omvangrijk inzageverzoek in. In zulke situaties rijst al snel de vraag waar het verzoek werkelijk voor bedoeld is.

Misbruik van inzagerecht

In dergelijke gevallen kan sprake zijn van misbruik van inzagerecht. Dit is zo, als een inzageverzoek puur wordt gebruikt voor een ander doel. Bijvoorbeeld om bewijs te vergaren of als verdienmodel.

Dat verweer slaagt vrijwel nooit. Het enkele feit dat het inzageverzoek wordt ingezet om bewijs te verzamelen, druk uit te oefenen of een schadeclaim voor te bereiden, is voor de rechter vaak onvoldoende.

Een inzageverzoek hoeft niet gemotiveerd te worden. De verwerker moet bewijzen dat het verzoek niet puur is gericht op inzicht in de verwerkte persoonsgegevens en controle van de juistheid en rechtmatigheid daarvan.  Zodra het verzoek óók op dat doel gericht is, dan is er géén misbruik. Dit laatste zal bij een inzageverzoek van een werknemer in de regel zo zijn en dan zal de werkgever de inzage moeten verstrekken.

Recente uitspraak 

De recente uitspraak is een voorbeeld van misbruik van (inzage)recht. De uitspraak bevestigt dat niet alleen de inhoud van een inzageverzoek relevant is. Ook het doel van het verzoek kan een rol spelen. Wie het inzagerecht puur gebruikt als verdienmodel of puur alternatief instrument voor bewijsvergaring, begeeft zich niet zonder risico op juridisch glad ijs.

Wat speelde er?

Een gemachtigde deed onder de naam Webshop Juristen honderden inzageverzoeken bij webshops en andere bedrijven. Daarna eiste Webshop Juristen schadevergoeding bij de rechter, omdat niet volledig op die verzoeken zou zijn gereageerd.

De rechter oordeelde dat er sprake is van misbruik van recht en wees de schadeclaim af. Daarbij keek de rechter naar het doel van het inzageverzoek. Hier vond de rechter dat het verzoek puur was ingediend om geld te verdienen. Dat bleek volgens de rechtbank uit de manier van communiceren en het gebrek aan onderbouwing. Verder twijfelde de rechtbank of de gemachtigde wel echt bestond, omdat hij nooit was komen opdagen bij zittingen. Tot slot had Webshop Juristen niet alleen minimaal 20 andere zaken bij deze rechtbank lopen, maar ook bij andere rechtbanken tientallen verzoeken ingediend.

Belang van de uitspraak

Deze uitspraak is relevant voor iedere ondernemer die met een omvangrijk AVG-verzoek wordt geconfronteerd. Niet omdat een AVG-verzoek minder serieus hoeft te worden genomen. Integendeel. Maar wel omdat de uitspraak bevestigt dat het inzagerecht geen onbeperkt instrument.

Advies voor de praktijk

De les voor de praktijk is eenvoudig: neem ieder AVG-verzoek serieus, maar kijk ook naar de context. De aard, omvang en timing van een verzoek kunnen soms net zoveel zeggen als de inhoud ervan.

Heeft u vragen?

Neem dan contact op met mr. Joyce Houben-Timmermans. Zij helpt u graag verder.

Als u een MKB-abonnement heeft, dan is telefonisch advies gratis.

 

Dit artikel is geschreven door mr. Serge Blommendaal en mr. Joyce Houben.

Gerelateerde artikelen