Kan bovenmatige bemoeizucht van ouders langs het voetbalveld leiden tot opzegging lidmaatschap van het kind bij de voetbalclub?

Elke voetbalvereniging heeft er wel mee te maken. Bemoeizucht van ouders langs de zijlijn van het voetbalveld. Mag je als voetbalclub het lidmaatschap van een voetbalpupil opzeggen wegens ernstig wangedrag van de ouders?

Inleiding

Iedereen herkent het wel: veel te fanatieke en driftige ouders, die iedere wedstrijd langs de zijlijn staan en vergeten dat het om een ‘spelletje voor kinderen’ gaat. Ouders die op het voetbalveld kinderen opjutten, schelden, de scheidsrechter op ‘verkeerde’ spelbeslissingen wijzen of zich zelfs schuldig maken aan beledigingen en bedreigingen. Mag je als voetbalvereniging1 het lidmaatschap van een voetbalpupil opzeggen wegens ernstig ontoelaatbaar gedrag van de ouders? Deze vraag stond medio 2018 centraal tijdens een voorlopige voorziening2.

Wat was er aan de hand?

Een voetballertje, dat al jaren bij de club speelde, werd tijdens een wedstrijd gewisseld. De vader van de 8-jarige pupil uitte zijn ongenoegen en vertrok met zijn zoon tijdens de wedstrijd. Na dit incident legde de club de vader een ‘afkoelingsperiode’ op door hem gedurende drie maanden te verbieden het sportcomplex te betreden en aanwezig te zijn bij de thuis- en uitwedstrijden of contact te zoeken met de overige ouders/coach. Hij hield zich aan dit verbod (de moeder bracht de pupil naar ‘het voetballen’). Maar na die periode liet het bestuur van de club weten dat de teamgenoten van de voetballer  en hun ouders zich al eerder geïntimideerd hadden gevoeld door vader. Hij zou meermaals agressief en intimiderend langs de zijlijn hebben gestaan.

Vader en zoon willen bij de voetbalvereniging blijven en vader stelt mediation en een gesprek met de ouders van de teamgenoten voor. De ouders weigeren.

Het bestuur van de voetbalclub vindt dat in redelijkheid niet van de voetbalclub gevergd kan worden het lidmaatschap van de voetbalpupil te laten voortduren3.  Zij neemt de navolgende twee besluiten:

1. opzegging van het lidmaatschap van de pupil per einde seizoen;
2. verlenging van de afkoelingsperiode van vader tot einde seizoen.

Vader en zoon leggen zich niet bij deze besluiten neer en vinden deze in strijd met de redelijkheid en billijkheid4.  Een kort geding5 volgt.

De voorzieningenrechter

De cruciale vraag waar het in het kort geding om draaide is of je als voetbalvereniging het lidmaatschap van een voetbalpupil mag opzeggen wegens ontoelaatbaar gedrag van diens ouder6.  Vader erkende tijdens de zitting dat hij fanatiek is7, maar vindt niet dat hij bedreigend en intimiderend gedrag heeft vertoond. De rechter laat in het midden of dat het geval was, want "er valt niets aan te merken op het sportieve en sociale gedrag van het voetballertje (het feitelijke lid van de vereniging), dat al vier jaar bij de club voetbalt en daar ook vriendjes heeft gemaakt". Daarnaast is van belang dat aan vader al tweemaal eerder een verbod is opgelegd om op het voetbalcomplex te komen, waaraan hij zich ook heeft gehouden. De moeder van de jongen brengt hem naar de training en wedstrijden. De voetbalclub had kunnen volstaan met (indien nodig) nieuwe verboden aan het adres van vader. Het opzeggen van het lidmaatschap van de jongen is daarentegen een te radicale maatregel, vindt de rechtbank. Hij moet niet gestraft worden voor het gedrag van zijn vader. De rechter geeft de vader en de voetbalvereniging mee dat zij in de eerste plaats rekening moeten houden met de jongen.

Conclusie:

Het bestuur van een voetbalclub mag het lidmaatschap van een voetbalpupil niet zondermeer opzeggen vanwege wangedrag op de vereniging door zijn ouder(s), omdat hij hierdoor te zwaar gestraft wordt voor iets waar hij feitelijk niets aan kan doen. De voetbalclub kan de ouder(s) in plaats daarvan een verbod opleggen om naar de voetbalclub of de wedstrijden te komen.

Hoe nu te handelen als bestuur van een voetbalclub?

Het belang van het kind dient altijd voor ogen te worden gehouden. Bij ernstig wangedrag van ouders op het voetbalveld is opzegging van het lidmaatschap van een voetballertje de laatste remedie. Gekeken dient dus te worden of er minder vergaande maatregelen voorhanden zijn.

Van belang is dat de voetbalclub vooraf een duidelijk beleid opstelt en ook daar naar handelt. Daarbij dient de voetbalclub ook aan “dossieropbouw” te doen. Uiteraard probeert de club met gesprekken tot een oplossing te komen.

Het bestuur van een voetbalclub kan vervolgens bij ontoelaatbaar gedrag van ouders overgaan tot:

1. een schriftelijke waarschuwing, waarbij - indien het gedrag niet onmiddellijk
   wordt gestaakt - op de gevolgen wordt gewezen;
2. het opleggen van een afkoelingsperiode (voetbalaccommodatie-/contactverbod).

Zolang de verboden worden nagekomen, is opzegging van het lidmaatschap van de pupil niet aan de orde. 

Als de ouder de afspraken gedurende de afkoelingsperiode schendt en er geen andere minder vergaande maatregelen voorhanden zijn, kan pas overwogen worden het lidmaatschap van de voetballer op te zeggen.

Voor vragen kunt u met mij contact opnemen.

Ron Crombaghs (advocaat)8



1. Formeel het bestuur van de voetbalvereniging

2. Rechtbank Midden-Nederland 13-07-2018 / C / 16 / 460467 / KG ZA 18-289

3. Artikel 2:35 BW

4. Artikel 2:8 lid 1 BW

5. Een  kort geding is volgens de wet een procedure ‘waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist’. Het kort geding wordt dus gebruikt wanneer er onmiddellijk, per direct, een uitspraak van een rechter moet komen. Er is dus spoed vereist in de procedure.

6.  Rechtbank Midden-Nederland 13-07-2018 / C / 16 / 460467 / KG ZA 18-289

7. Uit de stellingen van de vader blijkt wel dat hij erg  fanatiek is (geweest). Hij stelt bijvoorbeeld dat hij als voormalig trainer het team van zijn zoon (nogmaals: leeftijd acht jaar) “tot het niveau heeft gebracht waar ze nu zijn”.

8.  Ron Crombaghs is 15 jaar lid geweest van de Tuchtcommissie van de KNVB en adviseert (voetbal)verenigingen

 

In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.
Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.