Negatieve uitspraken over management in besloten Whats-App conversatie.

Solliciteren bij de concurrent en het initiatief nemen om twee collega’s bij die sollicitatie te betrekken en het doen van schertsende uitspraken over het management in een besloten WhatsApp-groep! Is er sprake van (ernstig) verwijtbaar handelen en rechtvaardigt dit gedrag een ontbinding van de arbeidsovereenkomst? 

Wat was er aan de hand?

Werkneemster ontdekte dat collega’s in vergelijkbare (leidinggevende) functies meer verdienen. Zij vond dat onrechtvaardig en solliciteerde vervolgens bij de concurrent.  Bij het zoeken naar een nieuwe baan, heeft werkneemster zich tegen collega’s in een besloten WhatsApp-groep geringschattend en schertsend uitgelaten over werkgever. Zij heeft niet onder stoelen en banken gestoken dat zij – door te solliciteren bij de concurrent – werkgever een lesje wilde leren. Ook heeft werkneemster het initiatief genomen om twee van haar collega’s bij haar sollicitatie te betrekken. Werkneemster was namelijk van mening dat zij meer kans had op de nieuwe baan als ze als team zouden overstappen naar de concurrent. Werkgever kreeg lucht van deze handelingen en verzoekt de rechter om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster op grond van (primair) verwijtbaar handelen.

De standpunten van partijen

Werkgever stelde dat werkneemster via een WhatsApp–groep negatieve en gezagsondermijnende uitspraken heeft gedaan over haar leidinggevenden en directieleden. Daarnaast heeft werkneemster een presentatie bij haar potentiële nieuwe werkgever (concurrent) gegeven, waarbij zij vertrouwelijke (klant)informatie en foto’s met bedrijfsnaam zou hebben gebruikt. Voorts heeft werkneemster getracht twee collega’s ertoe te bewegen tezamen met haar de overstap naar de concurrent te maken.

Werkneemster betwist de beschuldigingen en stelt altijd zeer loyaal te zijn geweest. Wel bestond al enige tijd onvrede over haar salaris, hetgeen zij herhaaldelijk heeft aangekaart bij haar werkgever. De WhatsApp-berichten zijn volgens werkneemster uit hun context gehaald. Ze waren meer ‘grappend’’ bedoeld, passend bij de ondernemingscultuur. Werkneemster erkent dat zij een presentatie heeft gegeven bij de concurrent, maar zij betwist dat zij daarbij gebruik heeft gemaakt van vertrouwelijke informatie of van foto’s van werkgever. De twee collega’s hebben volgens haar uit eigen overweging gehandeld.

Het recht

Een kantonrechter kan op verzoek van een werkgever een arbeidsovereenkomst (onder meer) ontbinden als sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden dat de arbeidsovereenkomst voortduurt. Om het handelen of nalaten van de werknemer als verwijtbaar te kunnen kwalificeren, dient voor de werknemer vooraf duidelijk te zijn wat door de werkgever als ontoelaatbaar gedrag wordt beschouwd.

De kantontrechter1

Het enkele feit dat werkneemster heeft gesolliciteerd bij de concurrent levert geen verwijtbaar handelen op2. Het enkele feit dat werkneemster collega’s heeft gevraagd om ook te solliciteren bij deze concurrent, levert op zichzelf ook geen verwijtbaar handelen op. Het blijft namelijk de keuze van beide collega’s om al dan niet op de vraag van werkneemster in te gaan. 

Volgens de kantonrechter is er echter wel sprake van verwijtbaar handelen en wel op het moment dat de samenwerking tussen werkneemster en haar twee collega’s ‘heimelijk’’ werd, met niet alleen het doel om een nieuwe baan te krijgen, maar ook tot doel kreeg om werkgever schade te berokkenen. Bovendien waren de uitspraken in de WhatsApp-groep over de grens van het toelaatbare. Zeker van werkneemster,  in haar positie van leidinggevende, mocht  verwacht worden dat zij het goede voorbeeld zou geven. De wijze waarop werkneemster het sollicitatietraject heeft doorlopen bij de concurrent en zich daarbij tot doel stelde om werkgever schade toe te brengen leiden tot het oordeel dat werkneemster verwijtbaar heeft gehandeld. Het arbeidscontract werd ontbonden.  

Wel of geen transitievergoeding?

Een transitievergoeding kende de kantonrechter wel toe. Werkneemster had weliswaar verwijtbaar gehandeld door in samenwerkingsverband bij de concurrent te solliciteren met de intentie om werkgever te schaden. Echte schade heeft werkgever echter niet geleden en de negatieve uitspraken in de besloten WhatsApp-groep zijn niet aan derden geopenbaard.


Ron Crombaghs


1. Rechtbank Midden-Nederland; uitspraak 14 november 2018 ECLI:NL:RBMNE:2018:5691

2.     Hetgeen overigens ook niet werd gesteld door werkgever

 

Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.
In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.