MITCH: "EEN WEEK OM NOOIT TE VERGETEN"

Het is alweer een maand geleden dat ik als debutant aan de start stond van het wereldkampioenschap paracycling in het Italiaanse plaatsje Maniago. Het was een week vol nieuwe ervaringen. In deze blog wil ik jullie meenemen naar mijn mooiste ervaring van die week (let op, spoiler alert): mijn bronzen medaille bij de wegwedstrijd.

Het is zaterdag 4 augustus 2018 rond half drie ‘s middags als we volgens afspraak op de banken in de lobby van ons hotel plaatsnemen. Samen met mijn teamgenoten, Tim de Vries en Johan Reekers, bondscoach Eelke van der Wal en assistent-bondscoach Loes Gunnewijk gaan we de ploegentactiek voor later vanmiddag bespreken. Het moge duidelijk zijn dat Tim onze kopman is. Hij is simpelweg op dit moment de sterkste van ons allemaal en dé kandidaat voor het goud. Hij moet dan ook lekker fris de finale van de koers in kunnen gaan. Daar moeten Johan en ik voor zorgen. Ons voordeel kunnen we pakken op de stukken bergop. Als drie echte ‘klimgeiten’ kunnen we met de besten mee omhoog. Daar moeten we het de concurrentie moeilijk maken.

De bondscoach heeft graag dat we met z’n drieën redelijk van voren zitten tijdens de koers. In het begin zal ik dan voornamelijk het kopwerk verrichten, oftewel in een strak tempo omhoog knallen en gaten dichtrijden bij eventuele vluchtpogingen. Tenzij er iemand van TeamNL natuurlijk bij zit, dan mogen de andere landen het ‘vuile’ werk doen. Eigenlijk moet ik me gewoon helemaal leegrijden in het begin van de race, zodat Johan ergens halverwege het stokje van me kan overnemen. Moet ik daarna lossen uit het peloton, dan is dat maar zo, maar ik heb in ieder geval mijn werk voor de ploeg gedaan. Dit is mijn eerste WK. Ik ben hier om ervaring op te doen en om Tim daar waar mogelijk te helpen naar goud. Zelf presteren dat komt nog wel.

Met deze gedachte verlaat ik de lobby en ga ik richting mijn kamer om mijn laatste spullen te pakken. Met nog driekwartier tot aan de start, begin ik aan mijn warming-up. Lekker koel in de parkeergarage van het hotel. Het klinkt heel gek, maar tijdens het warmrijden word ik met behulp van een ventilator, plantenspuit en koelvest gekoeld. Het is namelijk bloedheet in Italië. Buiten is het ongeveer 36 graden Celsius, maar de asfalttemperatuur zal zeker dik boven de 40 graden Celsius liggen. Het is dan ook belangrijk dat mijn lichaamstemperatuur zo laag mogelijk blijft, zodat ik goed kan presteren en niet al bij de start oververhit ben. Je merkt aan alles dat er een bepaalde spanning of druk op deze wedstrijd zit. Dit is dan ook wel het koningsnummer op het programma van vandaag. Spektakel gegarandeerd. Bestuursleden van de KNWU en NOC*NSF staan aandachtig naar ons drieën te kijken terwijl we onze warming-up afwerken. Ik zelf stoor me er niet echt aan. Ik heb mijn oortjes in, luister naar fijne muziek en in mijn hoofd ben ik alleen maar met de race bezig. Het parcours, concurrenten en persoonlijke taken, nog een keer loop ik alles na en dan is het tijd om richting de start te gaan.

Om 16.47 uur precies klinkt het startschot. Vanaf de eerste startrij zet ik meteen aan om het tempo te bepalen, want we gaan meteen vals plat omhoog. Drie kilometer door smalle Italiaanse straatjes. Links en rechts staan locals en fans ons aan te moedigen. Als we het dorpje uitrijden volgt meteen de eerste aanval. Andere landen reageren hier meteen op en gezamenlijk beginnen we aan een korte afdaling. Aan het einde van de afdeling zit een scherpe én smalle bocht naar links. Iedereen komt hier ongeschonden doorheen en in een treintje beginnen we voor de eerste keer vandaag aan een serieuze klim. Ruim 800 meter met gemiddeld 5 procent. Meteen zie je dat de eersten het zwaar krijgen, maar echt klappen vallen er nog niet.

Na twee rondjes van 13,6 km gereden te hebben, geef ik het kopwerk over aan Johan. Ik laat me afzakken naar de staart van het peloton. Ondertussen neem ik nog een bidonnetje aan bij de verzorgingspost. En dan wordt het afwachten. Kan ik tot het einde mee met deze mannen of gaat er een moment komen dat ik moet lossen? Gelukkig gaat het deze ronde niet heel hard, dus ik kan redelijk goed herstellen. Maar dan gebeurt het. Boven op de klim plaatst de Amerikaan Sanchez een aanval. Er ontstaat een scheur in het peloton. Ik zit in de tweede groep met voornamelijk hardrijders. Normaal gesproken rijden zij het gat wel dicht, maar ze zijn waarschijnlijk nog niet hersteld van de klim, dus geef ik maar even flink gas om het gat van enkele tientallen meters dicht te rijden. Zo, dat was even een pittige inspanning, maar ik zit er weer bij. We zijn gewaarschuwd. De volgende ronde moeten we extra opletten, want Sanchez gaat het daar gegarandeerd nog een keer proberen.

Onze verwachting komt uit. De volgende ronde probeert hij het weer. Boven op de klim komt hij van achteren langs het peloton naar voren gestormd. Dit keer zijn wij als TeamNL voorbereid en geef ik op tijd een seintje aan Tim. Tim heeft het ook al door en maakt vaart om aan te haken bij Sanchez. Met z’n tweeën zijn ze los van de groep. Samen met Johan probeer ik de andere landen te storen, zodat er niet echt een goede achtervolging gestart kan worden. Desondanks gaat iedereen nu als een gek rijden om Tim en Sanchez bij te halen. De ene na de andere handbiker valt af en ik moet van achteren ze allemaal voorbij om bij de groep te blijven. Ik moet alle zeilen bijzetten om weer terug te komen in de groep. Langs de weg probeert de staf me al schreeuwend aan te moedigen. Het kost me nogal wat bloed, zweet en tranen, maar ik weet de aansluiting weer te vinden.

Tim en Sanchez zijn ondertussen uit het zicht verdwenen. Het ziet er naar uit dat we met acht man gaan strijden om de bronzen medaille. Ik ga weer lekker achter in het peloton hangen. Niet veel energie verspillen en vooral sparen voor de eindsprint. Op 10 km voor de finish krijg ik groen licht van de bondscoach om te sprinten. Je ziet dat hij verbaasd is dat ik er nog steeds bij zit. Hij rent een stukje met me mee bergop, spreekt me moed in en geeft me een schouderklopje. Op dat moment denk ik nog maar aan één ding: uit de problemen blijven en vechten voor het laatste plekje op het podium.

Terwijl we in de afdaling zitten, bereid ik me mentaal voor om de laatste keer de klim op te knallen. Plots hoor ik vooraan in de groep een hoop kabaal en zie ik in die ene gevaarlijke bocht de een na de ander op elkaar klappen. Ook Johan en de Italiaanse nationale held Allessandro Zanardi zijn bij de crash betrokken. Gelukkig kan ik samen met een Fransman en Australiër de crash ontwijken en beginnen we met z’n drieën aan de klim. De Australiër kan niet goed klimmen en wappert er dus al snel af. En dan zie ik uit het niets opeens Sanchez 50 meter voor ons rijden. Op dat moment moet ik heel snel beslissen. Rijden we het gat naar hem dicht of niet? Ik kies voor zekerheid en besluit niet mee te werken om Sanchez in te rekenen. Ik weet op dit moment niet hoever Tim ervoor zit en ik wil absoluut niet het risico lopen dat we mijn kopman terugpakken en zo goud mislopen.

Ik verlies dan wel kans op zilver, maar het teambelang weegt voor mij op dit moment meer. Eenmaal boven aangekomen neem ik het kopwerk van de Fransman over, haal het tempo eruit en zorg er zo voor dat de Australiër terug kan komen. Hem hebben we namelijk nodig op het vlakke om een hoog tempo te kunnen rijden. Vijf kilometer voor de finish sluiten de Portugees Costa en de Rus Davidovich alsnog bij ons aan. Alleen maar mooi voor mij, want de Rus gaat meteen aan kop om tempo te rijden. Met nog twee kilometer te gaan, rijden we Maniago voor de laatste keer in. Langzaam probeer ik naar voren te schuiven. Ik moet meer van voren zitten wil ik goed kunnen sprinten. Op 500 meter van de finish gaat Davidovich al aan. De Australiër zakt er meteen doorheen net als Costa. Ik kruip in het wiel van de Fransman. Nog een scherpe bocht naar links en dan 300 meter over de klinkers vals plat omhoog tot aan de finish. Door de teambespreking weet ik dat de rechterkant de kortste weg naar de finish is. Ik probeer dan ook in de bocht buitenom de Fransman te gaan, maar hij heeft me door en snijdt me af. Ik neem m’n verlies en kruis naar binnen. Deze move ziet hij niet aankomen. De Rus en Fransman rijden nu aan de rechterkant en ik aan de linkerkant. Elke meter maak ik steeds meer snelheid, maar ik moet rustig blijven en wachten. Dit is nog veel te ver tot de finish en bovendien volgt er zo nog een wegversmalling. Vanaf daar is het nog 100 meter. Nog steeds rijd ik in derde positie, twee fietslengtes verwijderd van brons. We rijden door het smalle stukje en dan is het moment daar om aan te zetten. In mijn hoofd denk ik alleen maar ‘die Fransman en Rus gaan niet met brons naar huis’. Ik rijd de Fransman voorbij en kom dicht bij het voorwiel van de Rus. Terwijl ik een heleboel gekraak achter me hoor, zet ik nog één keer aan. Ik kijk niet om en blijf volle bak gas geven. Elke spier in mijn lichaam span ik nu aan. Alles pers ik eruit.

Foto: Bert Willems

Zonder enig besef kom ik over de finish. Ik kijk op en zie een heel lang lint met cameramensen, fotografen en journalisten. Aan het eind is een kleine doorgang en daar zie ik mechanieker Jaap met zijn handen in de lucht staan juichen. Nu weet ik het zeker. Ik ben gewoon derde van de wereld geworden! Brons op mijn eerste WK! Langs de kant van de weg staat Tim geparkeerd. Ik zet mijn bike naast hem en we vallen elkaar in de armen. We hebben het geflikt. Goud en brons. Bestuursleden, mechaniekers, verzorgers, coaches, maar ook onze families komen naar ons toe gerend en springen ons in de armen.

Het lijkt wel alsof ik in een film ben beland. Terwijl ik de felicitaties in ontvangst neem drink ik een blikje cola leeg. Onze teammanager staat al naast ons te springen, want we moeten ons heel snel gaan omkleden in het hotel. De podiumceremonie begint zo al. In het hotel aangekomen, is Johan de eerste die ons feliciteert. Gelukkig valt de fysieke schade mee na de crash, maar is er wel wat mechanische schade. Veel tijd om na te praten hebben we niet, ik moet mijn medaille ophalen. Op een bomvol marktplein in Maniago krijg ik de bronzen medaille omgehangen. Wie had dat gedacht, op mijn eerste WK. Na afloop staan de Italianen letterlijk in de rij voor een foto of handtekening. Deze gekte is nieuw voor mij, maar ik geniet van elk moment. Na alle hectiek is er nog even tijd om rustig met familie en vrienden na te praten over de race en dan lopen we langzaam weer terug richting het hotel. De hele ploeg zit al aan het avondeten als wij onder luid applaus worden ontvangen. Na mooie speeches van zowel Tim als de bondscoach heb ik eindelijk even de tijd om me op te frissen. Als handbikers onder elkaar sluiten we deze bijzondere dag uiteindelijk af met een drankje in de stad.

Mitch

 

Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.
In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.