Luchtvaartmaatschappij Transavia mag een piloot die met zijn vader een zogenoemde straatrace hield, waarbij een dodelijk slachtoffer viel, niet ontslaan. Transavia vindt dit gedrag niet passen bij de functie van een piloot en wilde de arbeidsovereenkomst ontbinden. De rechtbank ging daar niet in mee. Waarom niet? Hoe ernstig moet wangedrag in privé zijn om een ontslag te rechtvaardigen?

Opmerking vooraf

Deze uitspraak1 heeft tot veel ophef geleid. Meerdere bijzondere omstandigheden spelen echter een cruciale rol, die van belang zijn om het oordeel van de rechtbank te begrijpen.

Wat was er aan de hand?

Op 7 maart 2016 is een arbeidsovereenkomst tussen Transavia en de piloot gesloten. Het betrof een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 7 mei 2016 tot en met 6 oktober 20162. Op 16 maart 2016 (dus voor de indiensttreding, maar na het sluiten van het contract) hielden de piloot en zijn vader een straatrace, waarbij een dodelijk slachtoffer viel. De vader reed, onder invloed van alcohol, het slachtoffer aan met een snelheid van ruim 160 km/h, waar 50 km/h is toegestaan. Na deze fatale straatrace heeft op verzoek van Transavia een gesprek plaatsgevonden. De Transavia-piloot verklaarde daarbij dat hij vlak voor het ongeval niet extreem hard reed en de afstand tussen hem en zijn vader voldoende was. Nadat de piloot in dienst was getreden (7 mei 2016), heeft hij het proces-verbaal van het politieverhoor, waarbij hij als verdachte werd aangemerkt van het medeplegen van dood door schuld in het verkeer3, aan Transavia gegeven. In oktober 2016 hebben partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten4. Op 17 november 2016 werd de piloot veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar op de weg5 en werd hij vrijgesproken van het (mede)plegen van dood door schuld in het verkeer6. Hij kreeg een taakstraf opgelegd en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar. De luchtvaartmaatschappij heeft de piloot vervolgens op non-actief gezet en de kantonrechter verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Het standpunt van Transavia

Transavia voert als grondslagen voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst ernstig verwijtbaar handelen aan7 dan wel andere omstandigheden, waardoor van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst in stand te laten8. De strafrechtelijke veroordeling is volgens haar onverenigbaar met de functie van piloot. Uit het strafvonnis blijkt namelijk dat er sprake is geweest van extreem gevaarzettend gedrag in het verkeer en het overtreden van verkeersveiligheidsnormen. Daarmee is de directe relatie met zijn functie gegeven, aldus Transavia. Een piloot is bij uitstek verantwoordelijk voor de passagiers in de lucht en hij heeft een voorbeeldfunctie.  Ook heeft de piloot het vertrouwen geschonden, daar hij niet de waarheid verteld heeft over zijn rijgedrag en snelheid. Bovendien zijn de commerciële belangen van Transavia in het geding. De publieke verontwaardiging richt zich ook tot Transavia, die geen piloot wil inzetten met een rijontzegging.

Het verweer van de piloot

De piloot betwist de inhoud van het strafvonnis en heeft daartegen hoger beroep ingesteld. Hij ontkent dat er enig gevaar zou zijn voor de veiligheid. Transavia heeft bij zijn indiensttreding al rekening gehouden met een overtreding van artikel 5 WvW (het veroorzaken van gevaar op de weg door veel te hard te rijden in een omgeving waar dat niet kan). Hij eist dan ook  tewerkstelling.

Het oordeel van de rechtbank

De rechter oordeelt dat een straatrace extreem gevaarlijk is en er een relatie bestaat met de werkzaamheden als piloot. Het volgen van veiligheidsvoorschriften en het nemen van verantwoordelijkheid voor de veiligheid van passagiers, zijn van belang bij diens taak.  Een straatrace laat zich moeilijk rijmen met een verantwoord piloot. Maar de vraag is of dat ook voldoende is voor een ontslag? De rechtbank vindt van niet en oordeelt dat de Transavia-piloot zijn baan behoudt. Dat de piloot zich eenmalig extreem gevaarlijk in het verkeer heeft gedragen, betekent volgens de rechtbank niet dat hij zijn functie niet zou kunnen uitoefenen. Uit niets blijkt dat er van meer sprake is dan een incident of dat er risico’s zouden zijn voor de vliegveiligheid. Daarenboven was het ongeval al bekend op het moment dat Transavia de piloot in vaste dienst nam. Voorts was de piloot niet veroordeeld voor medeschuld aan een dodelijk ongeval (artikel 6 WvW) maar voor het veroorzaken van gevaar op de weg door veel te hard te rijden (artikel 5 WvW). Daardoor is er sprake van een overtreding en geen misdrijf.  Dit is volgens de rechtbank niet genoeg om te oordelen dat de piloot niet goed zijn functie kan uitoefenen of een gevaar in de lucht is. Ook was er binnen Transavia geen beleid waaruit volgt dat verkeersovertredingen gevolgen hebben voor het uitoefenen van het beroep van piloot.

Transavia is inmiddels in hoger beroep gegaan.

Conclusie

Hoe verwerpelijk iemands gedrag (in privétijd) ook is, dat is niet altijd voldoende grond voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het oordeel van de rechtbank is volgens mij ook niet onbegrijpelijk. Een aantal bijzondere omstandigheden maakt deze uitspraak verklaarbaar. Transavia heeft, terwijl zij op de hoogte was van het ongeval, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten (zonder daarin bijvoorbeeld voorwaarden op te nemen). Zij heeft geen nader onderzoek ingesteld naar de geschiktheid van de piloot. Verder had zij geen schriftelijk relevant beleid.

Deze uitspraak leert dat communicatie vanuit een werkgever van wezenlijk belang is en dat er beleid dient te zijn. De kantonrechter was mogelijk tot een ander oordeel gekomen als Transavia een gedegen intern beleid had op dit punt en zij bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voorbehouden had gemaakt ter zake de uitkomst van de strafzaak (namelijk dat een veroordeling gevolgen zou hebben voor zijn werk als piloot) en een beëindiging van de arbeidsrelatie.

Indien u als werkgever wordt geconfronteerd met een werknemer, die zich in privétijd schuldig maakt aan een (ernstig) strafrechtelijk vergrijp, dan is het uitgangspunt dat hetgeen in privétijd gebeurt, geen invloed heeft op de arbeidsovereenkomst.  Daar is namelijk het strafrecht voor. Anders wordt het, wanneer het gepleegde feit van invloed is op het functioneren van de werknemer. 

Uiteraard wordt u op de hoogte gehouden van de uitspraak in hoger beroep.

Ron Crombaghs
 


1.  Rechtbank Amsterdam 12-02-2018 ECLI:NL:RBAMS:2018:694
2. Daarbij was bepaald dat deze overeenkomst van rechtswege zou eindigen, maar dat het de intentie van Transavia was om in geval de piloot de (aanvullende) opleiding met goed gevolg zou behalen deze omgezet zou worden in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
3.  Artikel 6 WvW
4.  De piloot had de (aanvullende) opleiding met goed gevolg behaald.
5.  Artikel 5 WvW
6.  Artikel 6 WvW
7.  De zogenoemde e-grond
8.  De zogenoemde h-grond

 

In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.
Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.