Strekt vaststelling van de jaarrekening tot verlening kwijting (decharge) aan de bestuurder(s)? Leidt het opnemen van een clausule in de statuten van een besloten vennootschap, waarin is bepaald dat vaststelling van de jaarrekening decharge van de bestuurder(s) met zich brengt, tot een geldig dechargebesluit? Of is een expliciete agendering en besluitvorming op de AVA vereist voor het verlenen van decharge?

Algemeen

Op grond van ons Burgerlijk Wetboek1 is elke bestuurder tegenover de rechtspersoon verplicht tot een behoorlijke vervulling van de opgedragen taak. Verzaakt de bestuurder, dan kan die aansprakelijk worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade. Deze aansprakelijkheid (interne aansprakelijkheid tegenover de rechtspersoon) kan echter afstuiten vanwege dechargeverlening aan het bestuur.

Wat is decharge?

Decharge is het verlenen van kwijting aan een (of meer) bestuurder(s) voor het gevoerde beleid. De rechtspersoon doet dan afstand van haar vorderingsrecht. Dit kan plaatsvinden door een vormvrije overeenkomst2. Decharge is niet geregeld in de wet.

Wat is het doel van decharge?

Als er geen decharge wordt verleend, betekent dit, dat bestuurders geruime tijd (totdat de vordering bijvoorbeeld is verjaard of er sprake is van rechtsverwerking) kunnen worden aangesproken. Een mogelijke claim hangt dan geruime tijd als een zwaard van Damocles boven het hoofd van het bestuur. Dit wordt als onredelijk beschouwd en in dat geval zal de rechtspersoon waarschijnlijk ook geen bestuurders kunnen vinden. Voorts is het ook niet wenselijk als aandeelhouders (door geen decharge te verlenen) dit als oneigenlijk dwangmiddel kunnen gaan gebruiken jegens bestuurders.

Wanneer is decharge gebruikelijk?

Decharge is gebruikelijk bij het aftreden van bestuurders en bij het goedkeuren van de jaarstukken. In zijn algemeenheid wordt dan ook gesproken over twee vormen van decharge, namelijk finale decharge en de jaarlijkse decharge.

1. Finale decharge

Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het beëindigen van de functie van de bestuurder(s). De vennootschap doet dan afstand van haar recht op schadevergoeding vanwege een ‘onbehoorlijke taakvervulling’ van de betreffende bestuurder. Vaak wordt in een ontslagbesluit een artikel opgenomen waarbij aan de vertrekkende bestuurder een onvoorwaardelijk en onbeperkte decharge wordt verleend.  andeelhouders doen daarmee in feite afstand van ieder recht om de bestuurder(s) naderhand nog aan te kunnen spreken op onbehoorlijke taakvervulling.  Blijkt echter dat bijvoorbeeld sprake was van fraude en/of onjuiste informatieverschaffing, dan kan de bestuurder wel nog worden aangesproken.

2. Jaarlijkse decharge

Als de jaarcijfers worden vastgesteld, is het gebruikelijk om het bestuur decharge te verlenen voor het gevoerde beleid van het afgelopen jaar. Voor de besloten vennootschap dient dit wel afzonderlijk en expliciet besloten te worden en wel door  een dechargebesluit3.

Wat zijn de gevolgen van het verlenen van decharge?

Het verlenen van decharge leidt tot ontslag van aansprakelijkheid van de bestuurder voor diens handelen. Dit geldt zelfs wanneer de bestuurder daarmee de vennootschap bewust en opzettelijk schade heeft toegebracht4. Echter, decharge heeft slechts werking ten opzichte van de vennootschap en dus niet ten opzichte van derden (bijvoorbeeld schuldeisers) die schade hebben geleden.

Strekt vaststelling van de jaarrekening tot decharge?

Sinds 1 oktober 2004 bepaalt de wet5 dat vaststelling van de  jaarrekening niet strekt tot kwijting aan een bestuurder. Dit bevordert het afleggen van verantwoording door bestuurders aan de algemene vergadering6. Een expliciete agendering en besluitvorming inzake kwijting en decharge is dus vereist. De beoogde decharge dient als afzonderlijk punt op de agenda te staan en de algemene vergadering van aandeelhouders dient de decharge expliciet te verlenen door een dechargebesluit te nemen. Hierop geldt wel een uitzondering7. Als de aandeelhouders tevens bestuurders zijn en alle overige vergadergerechtigden in de gelegenheid zijn gesteld om kennis te nemen van de jaarrekeningen en met de wijze van vaststelling hebben ingestemd, behelst de vaststelling van de jaarrekening tevens het verlenen van decharge aan de bestuurders. Er is dan geen afzonderlijk dechargebesluit vereist.

Waarop ziet de decharge?

Als decharge wordt verleend, ziet dat op alle handelingen van de betrokken bestuurders die aan de algemene vergadering bekend zijn of hadden kunnen zijn. Dit geldt zelfs wanneer deze bestuurder met het gevoerde beleid de onderneming bewust en opzettelijk schade heeft willen berokkenen. Een aan een bestuurder verleende decharge heeft overigens alleen interne werking. Dat is dus niet relevant voor de aansprakelijkheid van een bestuurder jegens derden.

Wat als de decharge wordt verleend op basis van onjuiste door het bestuur gegeven informatie?

Dan brengt de redelijkheid en billijkheid met zich mee dat het bestuur geen beroep kan doen op de verleende decharge.  In een standaard arrest oordeelde de Hoge Raad dat niet kan worden aanvaard dat een decharge zich ook uitstrekt tot informatie waarover een individuele aandeelhouder uit andere hoofde – dus buiten de algemene vergadering van aandeelhouders om – de beschikking heeft gekregen, of tot gegevens die niet uit de jaarrekening blijken of anderszins aan de algemene vergadering van aandeelhouders bekend zijn gemaakt, alvorens deze de jaarrekening vaststelde.

Conclusie: aan een decharge wordt dus geen ruime werking toegekend.

Houdt het opnemen van een clausule in de statuten van de vennootschap een geldig dechargebesluit in?

Nee. Indien een dergelijke clausule slechts in de statuten van de vennootschap staat, leidt dit niet tot een geldig dechargebesluit,  zoals bevestigd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden8. Uitzondering hierop is – zoals gezegd  - het geval waarbij de aandeelhouders tevens bestuurder zijn en alle overige vergadergerechtigden op de hoogte zijn van de jaarrekeningen en met de wijze van vaststelling hebben ingestemd. Slechts dan geldt de vaststelling van de jaarrekening tevens als dechargeverlening.

Het is overigens niet mogelijk om bij voorbaat, bijvoorbeeld bij de aanstelling, de aansprakelijkheid van een bestuurder uit te sluiten.

Ron Crombaghs 

 



1. artikel 2:9 BW
2. artikel 6:160 BW
3. Ingevolge artikel 2:210 lid 3 BW brengt de vaststelling van de jaarrekening
geen kwijting van de bestuurder met zich mee.
4. HR 20 november 1980, NJ 1990, 308
5. Artikel 2:101 / 210 lid 3 BW
6. MvT Kamerstukken II 2000/01, 27.483, nr 3, pagina 2/3
7. ingevolge artikel 2:210 lid 5 BW
8. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-01-2017
ECLI:NL:GHARL:2017:523

 

 

Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.
In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.