Dient u online prijsfouten na te komen?

Op haar webshop bood Leen Bakker hoogslapers te koop aan voor een ‘geweldige’ prijs. Zij prijsde de hoogslapers af met ruim 90 procent. Het bleek echter een vergissing te zijn van de meubeldiscounter. Vraag is of de woonwinkel een bindende koopovereenkomst had gesloten met de online bestellers en of zij verplicht was tot levering?

De feiten

Leen Bakker zette afgelopen zomer diverse hoogslapers (bed, ombouw, matras en matrashoes) op haar website te koop voor (extreem lage prijzen van) 24 en 85,34 euro in plaats van de reguliere prijzen van 319, 479 en 499 euro (de prijs was afhankelijk van type en maat). De aangeboden verkoopprijzen lagen zelfs onder haar inkoopprijzen. Het aantal bestellingen kwam in een stroomversnelling, nadat mensen de advertentie massaal deelden via social media. Door deze aandacht werden meer dan zestigduizend hoogslapers besteld. Op het moment dat de meubeldiscounter de fout ontdekte, greep zij in en corrigeerde de aangeboden prijs naar de oorspronkelijke prijs. Leen Bakker beriep zich vervolgens op een vergissing (technische fout) en annuleerde de bestellingen. Een aantal bestellers liet het hier niet bij zitten en een rechtszaak (voorlopige voorziening) met als eis naleving van de koopovereenkomst, was het gevolg.

Het recht

Cruciale vraag is of er tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Deze overeenkomst komt tot stand door een aanbod en aanvaarding van dat aanbod[1]. Verder is van belang dat pas sprake is van een geldig aanbod als de wil en de verklaring van de aanbieder (Leen Bakker) met elkaar overeenstemmen[2]. Eenvoudig gezegd: Had Leen Bakker de wil om de hoogslapers voor 24 of 85,34 euro te verkopen? Als Leen Bakker deze wil niet had, dan nog kan zij aan de advertentie gebonden zijn, dit als de bestellers daarop gerechtvaardigd mochten vertrouwen[3]. Eenvoudig gezegd: als de kopers op het moment van de bestelling ervan uit mochten gaan dat de aangeboden prijs juist was.  Daarbij is van belang dat verwacht mag worden dat de bestellers zich van te voren globaal hebben georiënteerd op onder andere de prijzen van hoogslapers.    

Uitspraak rechtbank

Leen Bakker hoeft volgens de voorzieningenrechter[4] geen hoogslapers te leveren aan de personen,  die voor een bedrag van 24 of 85,34 euro dit bed bestelden via de website van het bedrijf. De rechtbank is van oordeel dat het duidelijk is dat er een vergissing in het spel was aan de zijde van Leen Bakker (Leen Bakker had dus niet de wil tot verkoop voor genoemde prijzen) en haar klanten hadden dat, gelet op de omstandigheden, kunnen weten (geen gerechtvaardigd vertrouwen). Daarmee is er feitelijk geen koopovereenkomst tot stand gekomen, aldus de rechtbank. Het argument van de bestellers dat Leen Bakker een prijsvechter is en dat deze korting dus als realistisch gezien moet worden, is door de rechter gepasseerd. De rechter liet de deur nog wel op een kier staan voor personen die het bed besteld hebben voordat op grote schaal op social media werd medegedeeld dat het om een foutieve prijs ging. Voor de klanten die pas bestelden nadat het bericht was geplaatst op social media dat het om een prijsfout ging, lijkt zulks in ieder geval een verloren zaak.

Wat leert deze uitspraak Pagina-inhoud

Prijsfouten in webwinkels komen uiteraard voor. Uitgangspunt is en blijft dat een klant van een webwinkel bij het plaatsen van een order akkoord  gaat met de genoemde prijs op de site. Daardoor  (aanbod en aanvaarding daarvan) komt normaal gesproken ook een koopovereenkomst tot stand. Bij zo’n hoge korting als in deze zaak begrijpt echter eenieder dat die prijs niet correct kan zijn. Een hoogslaper koop je namelijk nergens voor 24 euro. Het feit dat het geen ‘normale’ prijs betreft, rechtvaardigt de conclusie dat er dan ook geen leveringsverplichting bij de webwinkel ontstaat.

Van belang  is daarbij om te onderzoeken of er ook andere uitingen zijn gedaan (bijvoorbeeld reclame in een weekblad of in een folder), waaruit de aanbieding blijkt. Of dat gesproken wordt in termen van bijvoorbeeld ‘prijsknaller’, ‘op-is-op actie’, ’nu of nooit’  of ‘stuntaanbieding’. Dan zou   betoogd kunnen worden dat daaruit blijkt dat het juist wel de bedoeling is om een ‘spectaculaire prijs’ te vragen. Er zou dan sprake kunnen zijn van een bewuste strategie. In onderhavig geval zou een veroordeling van Leen Bakker overigens betekenen dat zij circa 9 miljoen verlies zou lijden op de hoogslapers en minimaal 4  jaar bezig zou zijn met de uitlevering daarvan.   

De rechter heeft in deze zaak een voorlopig oordeel gegeven. Er kan dus nog een bodemprocedure worden gestart. Mijns inziens is de kans groot dat het voorlopige oordeel van de rechter in een (eventuele) bodemzaak overeind zal blijven. Uiteraard dienen webwinkels goed te controleren of de prijs op hun site wel de juiste is. Mocht dit niet het geval zijn, dan leert deze uitspraak (hetgeen overigens ook uit andere uitspraken blijkt) dat online prijsfouten niet altijd hoeven te worden nagekomen. Maar dan moet het wel om herkenbare fouten gaan en dus in de regel grote prijsverschillen. Indien er dus een kleinere fout wordt gemaakt, zal meestal tegen de “te lage” prijs moeten worden geleverd. In die gevallen hoeft de consument er niet op bedacht te zijn dat men niet tegen die prijs heeft willen verkopen. Het blijft dus goed opletten.


mr.  R.J.H.M. Crombaghs (advocaat)
 



[1] Artikel 6:217 lid 1 BW

[2] Artikel 3:33 BW

[3] Artikel 3:35 BW

[4] Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2017 ECLI:RBZWB:2017:6239

 

 

In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.
Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.