Een drone wordt uit de lucht geschoten. Eigen schuld?

Moet de eigenaar van een drone, die door de buren uit de lucht is geschoten, de schade volledig zelf dragen, nu hij zijn buren met de drone heeft bespied? Die vraag is onlangs door de rechtbank Gelderland beantwoord. Hier botst het recht op privacy met het eigendomsrecht.  

Wat was er aan de hand?
Het gaat in deze casus om een uit de hand gelopen burenruzie. Een van de partijen heeft met een drone, voorzien van een camera, gevlogen boven het perceel van zijn buren op een zodanige manier dat de buren zich bespied voelden. Daar waren zij niet van gediend en op een gegeven moment hebben zij de drone  beschadigd door daarop met een luchtbuks te schieten. Vraag is wie de daardoor veroorzaakte schade dient te dragen.

Het recht
De rechtbank[1] stelt vast dat de eigenaar van de drone zich heeft gehouden aan de (destijds) geldende wetgeving[2]. Dat betekent echter niet dat het vliegen met een drone in onderhavige zaak ook rechtmatig was. Mogelijke negatieve effecten van het gebruik van drones kunnen zich namelijk voordoen op het gebied van privacy, zoals het bespieden of hinderlijk volgen van mensen en/of  het verzamelen van persoonsgegevens. Het recht op privacy is verankerd in onze Grondwet en in het EVRM[3].

Het oordeel van de rechtbank  
De rechtbank had bij haar tussenvonnis reeds overwogen dat het vliegen met een drone met een camera boven een perceel op een dusdanige manier dat personen zich bespied kunnen voelen, als onrechtmatig jegens die personen dient te worden gekwalificeerd. De buren mogen in de  privésfeer van hun eigen huis eerbiediging van hun privacy verwachten.  Daarbij is niet relevant of de drone ten tijde van het vliegen is voorzien van een filmende camera. Er is sprake van een onrechtmatige inbreuk op de privacy indien de bewoner zich bespied kan voelen. Deze situatie doet zich voor als de bewoner in onzekerheid verkeert over de vraag of de camera aan het filmen is.  Je kunt namelijk niet zien of er wordt gefilmd, waardoor een continu gevoel van onzekerheid en onvrijheid wordt ervaren.  De rechtbank oordeelt voorts dat het beschieten van de drone ook onrechtmatig is. Eenvoudig gezegd acht de rechtbank beide partijen dus  fout. De eigenaar van de drone had niet boven het privé terrein van de buren mogen vliegen, die op hun beurt de drone niet mocht beschieten. 

De eigenaar had overigens bevestigd dat de drone was voorzien van een camera alsmede dat daarmee meermaals filmbeelden waren gemaakt. Ook heeft de eigenaar tijdens de aangifte van de vernieling van de drone verklaard dat hij uit de filmbeelden van de drone heeft gezien dat de buren met een buks op zijn drone hadden geschoten. Vast stond dan ook dat de drone was voorzien van een camera en dat de buren zich derhalve bespied konden voelen.

De schade
Beide handelingen hebben volgens de  rechtbank de schade aan de drone toegebracht. Als geen inbreuk was gemaakt op de privacy van de buren, dan hadden zij de drone niet uit de lucht geschoten en als de buren niet hadden geschoten dan was de drone uiteraard niet beschadigd.

Vraag is nu wie de schade moet dragen.  Volgens de rechtbank dient de schade te worden verdeeld over beide partijen, in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen [4]. De rechtbank oordeelt dat een inbreuk op het recht op privacy niet minder of zwaarder is dan de inbreuk op het eigendomsrecht. Ook zijn de omstandigheden niet zodanig dat een billijkheidscorrectie aan de orde is, Dit brengt mee, aldus de rechtbank, dat ieder van partijen de helft van de schade dient te dragen.

Conclusie
Het vliegen van een drone, voorzien van een camera,  boven iemands anders grondgebied  is onrechtmatig. Het recht op privacy wordt immers geschonden. Dat betekent echter niet dat het diegene dan is toegestaan om de drone te beschadigen, dit om aan de onrechtmatige handeling een einde te maken. Hij dient dan een minder vergaande maatregel te overwegen, zoals een sommatie  om daarmee te staken, eventueel via een kort geding of het inschakelen van een (wijk)agent . Voor eigen rechter spelen is dus niet geoorloofd.

Ron Crombaghs



[1] Rechtbank Gelderland, publicatiedatum:  16 mei 2017,  ECLI:NL:RBGEL:2017:2063 / AR 2017/2528

[2] De rechtbank heeft overwogen dat het vliegen van drones valt onder de Wet luchtvaart , welke wet verwijst naar de regeling voor modelvliegen. Per 1 juli 2015 en 1 juli 2016 zijn  de’ regeling op afstand bestuurde vliegtuigen’ respectievelijk ‘de beleidsregels voor micro- en minidrones in werking getreden’. Ik ga verder niet in op de wetgeving betreffende het vliegen met drones.  

[3] De Wet bescherming persoonsgegevens geldt bij het maken van opnames, waarbij mensen herkenbaar op beeld worden vastgelegd.

[4] artikel 6:101 BW

 

Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.
In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.