De stellingen van Ajax treffen doel.

Ajax staat in zijn recht en mag de samenwerking met zijn (al bijna 30 jaar) vaste ‘shirtbedrukker’ beëindigen. Dat heeft de Voorzieningenrechter op 18 juli 2017 besloten. Wat was er aan de hand en (vooral) wat leert ons deze uitspraak? 

De relevante feiten
De voetbalclub Ajax heeft op 10 april 2017 de samenwerking met zijn vaste shirtbedrukker, met een opzegtermijn van twee maanden, beëindigd. De shirtbedrukker was bijna 30 jaar verantwoordelijk voor het bedrukken van de sportkleding van de Amsterdamse club. Hij was niet in (loon)dienst bij Ajax, maar deed het werk via zijn eenmanszaak, in opdracht van de club. Partijen hadden geen schriftelijke afspraken gemaakt.

Wat was er aan de hand?
Zonder toestemming van de voetbalclub, verkocht de drukker (dan wel zijn echtgenote) op 26 maart 2017 Ajax-kleding op een braderie. Het ging om voor Ajax onbruikbare (rest)artikelen. Deze restartikelen waren de afgelopen jaren in het magazijn van de drukker blijven liggen.

De Amsterdamse voetbalclub was er niet van gediend dat de drukker aan Ajax (of aan haar kledingsponsor Adidas) toebehorende kleding heeft verkocht op de braderie en besloot dan ook de samenwerking op te zeggen. Als gevolg daarvan startte de drukker een kort geding met als vordering (samengevat) dat Ajax de overeenkomst diende voort te zetten.

De drukker stelde dat niet hij, doch zijn echtgenote deze kleding – zonder zijn medeweten – had verkocht, alsmede dat hij eigenaar was geworden van deze restartikelen, daar de shirts al minimaal vijf jaar oud waren en kledingsponsor Adidas deze spullen had laten liggen in zijn magazijn (het terughalen was te omslachtig qua kosten en administratieve rompslomp).

Volgens Ajax (en zijn kledingsponsor Adidas) is er sprake van een vertrouwensbreuk. De drukker mocht de kleding bedrukken, maar niet verkopen. Het had voor de drukker ook glashelder moeten zijn dat deze restartikelen nimmer zonder instemming van Ajax mochten worden verkocht.

Het oordeel van de Voorzieningenrechter1
De stelling van de drukker niets te hebben geweten van de verkoop door zijn vrouw, werd door de rechter verworpen. Hij stond namelijk zelf ook (in ieder geval op enig moment) in de kraam en 80% van de aldaar te koop aangeboden zaken betroffen Ajax-artikelen. Ook de stelling dat de drukker eigenaar zou zijn geworden van de restartikelen werd door de Voorzieningenrechter gepasseerd. Voetbalclub Ajax heeft namelijk nooit afstand gedaan van zijn eigendomsrechten. Van verjaring kon ook geen sprake zijn, daar de drukker de restartikelen nooit in bezit heeft gehad, maar van meet af aan voor Ajax en of diens kledingsponsor Adidas heeft gehouden.

De rechter volgde Ajax in zijn standpunt dat sprake was van een vertrouwensbreuk en wees de vordering van de drukker af. De uitspraak betreft een voorlopige voorziening. De drukker kan (naast hoger beroep) een bodemprocedure tegen Ajax aanspannen.

Wat leert ons deze uitspraak?
Het bevreemdt dat partijen geen schriftelijke overeenkomst hebben gesloten (partijen hadden ook geen afspraken gemaakt over de in acht te nemen opzegtermijn). Dit is vrij opmerkelijk voor een voetbalclub als Ajax, die als een professioneel bedrijf gekwalificeerd kan worden. Ajax stelde dat het een eenmalige opdracht was en de drukker stelde dat er sprake was van een duurovereenkomst. Om discussies zoveel mogelijk te voorkomen, is het van belang de afspraken goed en duidelijk te verwoorden en dit ook schriftelijk vast te leggen. Een opsomming van de onderwerpen die in een contract geregeld kunnen worden, gaat het bestek van dit artikel te buiten. Wel zij opgemerkt, dat in zo’n contract ook bepalingen in het belang van de drukker zouden kunnen worden opgenomen, bijvoorbeeld over eventuele schadevergoedingen bij het opzeggen van het contract (denk aan de situatie dat de drukker aanzienlijke investeringen moet doen, die hij niet op korte termijn kan terugverdienen). Op ons kantoor is mr. P. Thoren gespecialiseerd in het contractenrecht. U kunt vrijblijvend met haar contact opnemen als u vragen hebt over nationale en/of internationale contracten.

1 Vonnis in kort geding van 18 juli 2017 Voorzieningenrechter te Amsterdam C/13/629940/ KG ZA 17-600 AB/EB

Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.
In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.