PAS OP MET HET OPNIEUW IN DIENST NEMEN VAN EEN VOORMALIG WERKNEMER!

Het is een situatie die u niet onbekend zal voorkomen:

Een werknemer die ontslag neemt, na enige tijd spijt krijgt en vervolgens op hangende pootjes terugkeert bij zijn werkgever. In de huidige tijd zal een voorzichtige werkgever de terugkerende werknemer meestal een contract voor bepaalde tijd aanbieden.

De wet bepaalt in artikel 7:667 lid 1 BW, dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, wanneer de tijd is verstreken waarvoor zij is aangegaan. Artikel 7:667 lid 4 BW maakt daarop een uitzondering, wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst die de voortzetting vormt van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die “anders dan door rechtsgeldige opzegging of ontbinding door de rechter is geëindigd”. Dit is de codificatie van de zogenaamde “Ragetlie-regel” (HR 4 april 1986, NJ 1987/678).
De ratio van deze regel is, dat de werknemer moet worden beschermd tegen situaties waarin de werkgever hem zou kunnen bewegen tot een contractsbeëindiging zonder toestemming van het UWV of ontbinding door de rechter. Ook bij een beëindiging met wederzijds goedvinden kan een werknemer daarom een beroep doen op de bescherming van de Ragetlie-regel. Er heeft dan immers geen toetsing door UWV of de rechter plaatsgevonden.

De vraag bleef echter: hoe moet worden omgegaan met de situatie waarin een werknemer zelf opzegt? Deze opzegging wordt weliswaar niet getoetst door het UWV of de kantonrechter, maar is dat in het geval de werknemer zelf weg wil, nu een reden om aan te nemen dat er geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging?

In de zaak die onlangs is beoordeeld door de Hoge Raad op 20 december 2013 (JAR 2014/34) waren Kantonrechter en Gerechtshof van mening, dat de opzegging door de werknemer in dit geval rechtsgeldig is en hij dus geen bescherming meer kon ontlenen aan de Ragetlie-regel. Zelfs de Advocaat-Generaal, de adviseur van de Hoge Raad, sloot zich daar bij aan.

Uiteindelijk beslist de Hoge Raad anders: De Hoge Raad maakt duidelijk dat, ook als een werknemer zelf opzegt, er geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging en er dus ook geen uitzondering geldt op de Ragetlie-regel, als dezelfde werkzaamheden na een terugkeer binnen drie maanden worden verricht.

Conclusie: wanneer een werknemer die zelf ontslag neemt en binnen drie maanden na zijn ontslag terugkeert bij zijn voormalige werkgever, is er van rechtswege sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd!

Mij lijkt dat de Hoge Raad de werknemer hier te zeer in bescherming neemt. Immers, er is hier sprake van een werknemer die zelf ontslag neemt op basis van zijn wens elders in dienst te treden. Desalniettemin zult u, als werkgever, er rekening mee moeten houden dat dit sinds 20 december 2013 de heersende leer is. Overigens acht ik de kans reëel dat met de invoering van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid de periode van drie maanden zelfs wordt opgerekt naar zes maanden! 

Sjef Welling
Specialist arbeidsrecht
 

Goede kennis van de klant komt de kwaliteit van de advisering ten goede en genereert toegevoegde waarde.
In de rechtszaal van het geweten wordt altijd zitting gehouden.